Overslaan en naar de inhoud gaan
Cursus inhoud
Microcursus Team Coach
1. De houding van de Team Coach — naast het team, niet erin. 2. De Dag-start leiden — proces bewaken zonder te sturen. 3. Veiligheid en eigenaarschap — hoe je een team laat groeien 4. Moeilijke momenten — spanning, vermijding en vastgelopen ritmes 5. Jezelf overbodig maken — de maat van goed coachen Eindtoets (10 vragen, 90% drempel)
0/6
🎓 MICROCURSUS TEAM COACH
 

Leerdoelen, na deze les weet je:

→  Wat jouw rol is in elk van de drie fasen

→  Wanneer je ingrijpt en wanneer je wacht

→  Hoe je het Startsein geeft, en waarom dat telt

→  Wat je doet als de Dag-start dreigt te ontsporen

 

De Dag-start is jouw dagelijkse graadmeter

Als Team Coach is de Dag-start niet alleen een ritueel dat je begeleidt, het is ook je dagelijkse meetinstrument. Je ziet wie aanwezig is en wie er niet bij is. Je hoort of het team gefocust benoemt of vaag blijft. Je voelt of er spanning zit die niet uitgesproken wordt.

Dat vraagt dat je er echt bij bent, niet als toeschouwer, maar als waarnemer met een doel. Je let niet op de werkinhoud. Je let op het team.

 

Fase

Naam

Jouw rol als Team Coach

Fase 1, ± 5 min.

Het Samenkomen

Aanwezig zijn en deelnemen aan het informele contact. Na circa vijf minuten maak je de overgang naar de Werkorderronde, zonder formele aankondiging. Een subtiel gebaar, een korte stilte, een rustige beweging naar het bord.

Fase 2, ± 20 min.

De Werkorderronde

De Coördinator leidt, jij bewaakt het bredere proces. Let op: wordt er niet te lang bij één onderwerp stilgestaan? Worden spanningen vermeden? Benoemt iedereen echt zijn werkorder of blijft het vaag? Grijp in als het mis dreigt te gaan, maar alleen dan.

Fase 3, ± 5 min.

Loslaten & Startsein

Geef het Startsein. Dat is jouw sluiting. Een vaste zin, een knik, een gebaar, wat het team zelf heeft bepaald. Consistent, herkenbaar, elke dag. Het Startsein markeert de overgang van afstemmen naar werken.

 

Wanneer grijp je in, en hoe?

Ingrijpen is een interventie, gebruik het spaarzaam. De vuistregel: grijp in als het team zichzelf schaadt of als de Dag-start zijn doel niet meer dient. Niet als het ongemakkelijk is. Niet als het even stil is.

Vijf situaties en wat je doet:

 

Situatie

Jouw interventie

Eén onderwerp loopt uit

‘Dit verdient meer aandacht dan de Dag-start biedt. Kunnen we dit na afloop oppakken?’

Iemand blijft vaag over zijn werkorder

‘Welke werkorder benoem je voor vandaag?’, herhaal de vraag, niet het principe.

Er is zichtbare spanning die niet benoemd wordt

Benoem wat je ziet, zonder te duiden: ‘Ik merk dat er iets speelt. Klopt dat?’

De Dag-start dreigt langer te duren dan 30 minuten

Rustig maar duidelijk: ‘We zijn bij de tijdgrens. Laten we afronden.’

Iemand is er niet bij, mentaal of fysiek

Na afloop, in een individueel gesprek. Niet in de groep benoemen.

 

Het Startsein, meer dan een gebaar

Het Startsein is jouw sluiting van de Dag-start. Het is klein, een woord, een knik, een vaste zin. Maar het is elke dag hetzelfde. En dat maakt het krachtig.

Het Startsein markeert de overgang van afstemmen naar werken. Voor het team is het een anker: na het Startsein begint de werkdag echt. Dat ritueel bouwt het team zelf, jij bent consistent in het geven ervan.

 

Laat het team het Startsein kiezen

Bepaal niet zelf wat het Startsein is, laat het team dat beslissen in een vroeg Werkoverleg. Het team dat zijn eigen ritueel kiest, geeft het ook meer betekenis.